toekomst van antifouling

De toekomst van antifouling

Dit artikel is afkomstig van www.zeilen.nl  (Roos Bähr - 19 februari 2019 )

"Als zeilers houden we van de natuur: schoon water, gezonde dieren en planten. Toch smeren we elke winter weer gif onder onze boot om aangroei te voorkomen. En waar komt dat gif uiteindelijk in terecht? Juist, in de natuur. Dat moet anders.

Zeepokken, schaaldieren, slijm en algen – het zijn prachtige uitingen van de natuur, maar liever niet op de romp van je zeilboot. Een flinke ‘baard’ maakt je boot vooral erg langzaam en je kunt minder hoog aan de wind lopen. Onder zeil is dat erg frustrerend en op de motor is het brandstofverbruik ineens fors hoger. De oplossing tegen ongewenste aangroei is sinds jaar en dag antifouling. Standaard geldt: hoe meer gifstoffen, hoe effectiever de antifouling. Die gifstoffen, waaronder biociden, komen gewoon in het water terecht – ongeacht of je nu harde of zelfslijpende antifouling op de romp smeert. Bij een zelfslijpende antifouling lost uiteindelijk de gehele laag op. Bij een harde antifouling lossen de gifstoffen geleidelijk op in het water (uitlogen); de laag die op de boot achterblijft verliest op den duur zijn afwerende functie.

Stevig spul

Biociden worden al honderden jaren gebruikt om boten vrij te houden van aangroei. De meest effectieve biocide die ooit in antifouling werd gebruikt, was wellicht TBT, ofwel Tributyltin. Deze erg effectieve gifstof had echter ongewenste gevolgen voor het milieu, zo ontdekte men al snel. De stof bleek kankerverwekkend voor mensen en ook de natuur had eronder te leiden: er was sprake van geslachtsverandering bij bepaalde zeeslakken en vervorming van oesterschelpen. Dit laatste had een vernietigende impact op de schelpdierenindustrie in Frankrijk. Uiteindelijk werd TBT in 1989 verboden voor de pleziervaart en pas veel later, in 2008, wereldwijd ook voor de beroepsvaart. Gelukkig gaat het nu weer beter met de zeeslakken en oesters.

Koper of koperoxide was al een veelgebruikte biocide voor antifouling, maar door het afschaffen van TBT kwam deze stof in een flinke lift. Nog steeds is koper bij kajuitjachten de meest gebruikte biocide in antifouling (circa 60 procent). Zink is geen biocide, maar wel een giftige stof en die wordt regelmatig in combinatie met koper gebruikt in antifouling. Hoe lang deze stoffen en andere biociden nog toegestaan zijn, is onbekend. Wat we wel weten is dat de regels strenger worden en het gebruik van biociden in antifouling steeds meer zal worden beperkt.

Zoet en zout

In Nederland is de regelgeving bijzonder te noemen: hoewel we ons moeten houden aan Europese regelgeving, zijn er hier toch een hoop producten verboden, terwijl ze over de grens gemakkelijk verkrijgbaar zijn. Hoe komt dat?

Nederland is rijk aan water. Als watersporters maken we daar dankbaar gebruik van. Een groot deel van onze vaderlandse wateren is zoet. De kwaliteit ervan is hoog en dat is ook nodig: boeren gebruiken het om gewassen te besproeien we winnen er ook ons drinkwater uit. Om de kwaliteit van het zoete water hoog te houden, is het percentage toegestane biociden in antifoulingproducten op de Nederlands markt lager dan in de rest van Europa.

In een haven aan zee wordt het water vaak ‘ververst’. Onder andere eb- en vloedstromen zorgen ervoor dat de gifstoffen die in het water terechtkomen snel worden verdund en verspreid. Op zoet water is de impact van biociden veel sneller merkbaar. Bijvoorbeeld in een haven aan het IJsselmeer. Daar blijven de uitgeloogde biociden hangen en is de concentratie schadelijke stoffen aanzienlijk hoger.

In de praktijk blijkt het lastig om een onderscheid te maken tussen zoetwater- en zoutwaterzeilers. Dit maakt handhaving zo goed als onmogelijk. Er kan daarom geen onderscheid gemaakt worden in de regelgeving voor antifouling. De regels voor antifouling voor zowel zoet- als zoutwater in Nederland zijn gelijk, gebaseerd op de regelgeving voor het zoete water. Voor zeilers die voornamelijk op zee varen is dit vervelend: immers, op zout water heb je meer last van aangroei en producten zonder biociden, die in zoet water goed werken, zijn lang niet zo effectief op zout.

In Finland en Zweden maakt men wel onderscheid tussen zoet en zout. Op het zoete water zijn biocidehoudende antifoulingproducten niet toegestaan, op zout wel. Het grote verschil is echter dat er in die landen veel minder verbindingen zijn tussen zoete en zoute wateren. In Nederland ben je doorgaans maar één of twee sluizen verwijderd van zout water.

Vernieuwing

Veel producenten van antifouling vinden de Nederlandse markt maar lastig. Producten die ze buiten Nederland gerust kunnen verkopen, zijn in Nederland niet toegestaan door de strengere (want op zoet water gebaseerde) regelgeving. Ze moeten hun producten dus aanpassen aan de Nederlandse markt en deze opnieuw laten goedkeuren. Die goedkeuring bij het Ctgb (meer info vind je onderaan de tekst) kost tijd en geld, terwijl de Nederlandse markt niet heel groot is en de producten minder effectief zijn dan de producten die in het buitenland verkrijgbaar zijn.

Europa neemt een steeds kritischer houding aan ten opzichte van biociden. Niet alleen als het om antifouling gaat overigens, ook middelen die bijvoorbeeld in de landbouw worden gebruikt moeten aan steeds stengere eisen voldoen. Logisch ook, je kunt in deze tijd niet om klimaatverandering en zorg voor het milieu heen. Maar is een antifouling zonder biociden werkelijk de beste oplossing? Op het eerste gezicht lijkt het beter voor het milieu, maar er is geen onderzoek gedaan naar de gevolgen. Daarbij komt: meer aangroei onder je boot, betekent ook een hoger brandstofverbruik. Bovendien is er de kans – na een tocht over buitenlandse wateren – dat je aangroei ‘importeert’ die niet in Nederland thuishoort. Niemand kan aantonen of de biociden die in het water oplossen slechter zijn dan een verhoogd brandstofverbruik en de aanwezigheid van niet-inheemse soorten. De beste oplossing? Een aangroeiwerend middel zonder biociden dat net zo goed werkt als de oude vertrouwde middelen.

Fabrikanten moeten dus op zoek naar manieren om antifouling zo effectief mogelijk te maken met minder, of zelfs geen biociden. Met argusogen kijkt de consument naar die ontwikkeling. Het Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat (IenW) organiseerde vorig jaar een bijeenkomst over het onderwerp met verffabrikanten, milieuorganisaties en andere betrokkenen. Een van de conclusies was: Zeilers gaan vooral af op hun eigen ervaring en die van medezeilers. Ze zullen niet snel hun vertrouwde product, waarvan ze weten dat het werkt, aan de kant schuiven voor een nieuw product dat nog niet zo lang op de markt is. Er is een mentaliteitsverandering nodig. Ook de HISWA denkt na over hoe de consument richting alternatieve antifouling gestuurd kan worden. Jeroen van den Heuvel, manager van de afdeling Handel, legt uit: “De watersport is gebaat bij schoon water. Het is een goed idee om biocidevrije producten te stimuleren, maar tot nu toe is dat niet geslaagd. Er komen steeds meer producten op de markt, zoals biocidevrije antifouling, wraps met een aangroeiwerende functie, antifouling door middel van ultrasoon geluid en zelfs botenliften voor kleinere boten waarmee je de boot gemakkelijk uit het water haalt na het varen. Dit jaar gaan we een praktijktest doen met die nieuwe alternatieven. Met vergelijkbare schepen gaan we gedurende het seizoen varen op zoet en zoet. Tussendoor halen we die boten uit het water en kijken we of er aangroei is en hoe makkelijk die weg te poetsen is. Een beetje aangroei is niet erg als deze maar weer loslaat als het schip weer gaat varen.”

Hans Kaak, Manager Yachtcoatings bij producent Hempel, vertelt dat het aanbod van producten verandert, maar dat er ook verantwoordelijkheid bij de booteigenaren en handelaren ligt: “Als producent hebben wij ons aan de regels te houden. Het milieu volstorten met biocides is geen duurzaam beleid. Booteigenaren verwachten nu dat het product dat ze op hun boot smeren drie jaar blijft zitten en effectief blijft. Dat idee moet veranderen. We moeten er met z’n allen aan gaan wennen dat je met de huidige legale middelen af en toe een borstel over het onderwaterschip moet halen. Dat is realistischer dan blijven zoeken naar een uitweg. We moeten voorkomen dat mensen de grens over gaan en illegale producten gaan smeren. Bovendien hoef je op veel Nederlandse wateren niet met biociden te vechten tegen aangroei, in de meeste gevallen volstaan milieuvriendelijkere alternatieven prima.” Kaak denkt dat er tussen vijf en tien jaar geen biocidehoudende producten meer toegestaan zijn in de pleziervaart. “De noordelijke Europese landen nemen hierin het voortouw. De lobby naar alternatieven begint vorm te krijgen en er is geen weg terug.”

Bij Hempel hebben ze hun pijlen gericht op siliconen als de heilige graal van alternatieve antifouling. Hun product, Silic One, is geen conventionele antifouling, maar een fouling release coating. Het product is niet giftig, maar voorkomt aangroei. Eenmaal in het water vormt zich een laagje op de romp, een zogeheten hydrogel. Hier kan vrijwel niets op aangroeien en als er al iets hecht aan de romp, dan laat dat los op het moment dat de boot weer in beweging komt. Kaak: “De hydrogel is gebaseerd op de antifouling met siliconen, zoals je die veel ziet in de beroepsvaart. We zijn al meer dan 35 jaar bezig met dit soort producten.”

Geoptimaliseerd voor de zeiler

Een siliconensysteem voor je boot klinkt misschien vreemd. De gemiddelde doe-het-zelfzeiler staat niet te springen om met siliconenverf aan de slag te gaan, bang voor verontreiniging. Voorheen waren er voor siliconentoepassingen specialisten nodig, maar dat is niet meer nodig. Silic One is een systeem dat je met een roller aan kunt brengen. Het Silic One-systeem bestaat uit drie producten, beginnend bij een sealer, dan een tiecoat en als laatste de topcoat. Het kan zelfs over een bestaande laag antifouling worden aangebracht. Het is dus niet nodig om de boot helemaal kaal te halen (zie ook onderaan de tekst meer info). Hans Kaak is trots op het product: “We blijven ontwikkelen. De nieuwere generaties Silic One zijn alweer effectiever dan de vorige. De testresultaten zijn vergelijkbaar met die van biocidehoudende systemen. Dat maakt het voor de gemiddelde zeiler net zo betrouwbaar als de oude, vertrouwde, maar giftige antifouling.”

Inspectie

De Inspectie Leefomgeving en Transport (ILT) voert in samenspraak met de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit (NVWA) en de Waterschappen controles uit op correcte toepassing van antifouling op jachtwerven en in havens. De ILT kijkt vooral naar wat er op de markt is en de NVWA kijkt meer naar wat de consument doet. Het afgelopen jaar zijn er geen controles geweest, maar komend jaar wordt daar wel weer op ingezet, aldus het ILT. Smeer je op het moment van controle een antifouling op je boot die niet in Nederland is toegestaan, dan riskeer je een boete tot wel 2500 euro. Ook de eigenaar van de werf of haven is dan strafbaar. Bij een product zonder biociden heb je dus ook geen kans op dure boetes. De lijst van toegestane producten waarin biociden zijn verwerkt, vind je op varendoejesamen.nl. Daar staat ook een lijst met alternatieven voor antifouling.

Silic One in de praktijk

Bart van Breeschoten, een van de eigenaren van watersportbedrijf Deep Yachts in Arnhem, vertelt hoe hij afscheid nam van biociden: “Wij smeren geen antifouling meer die niet is toegestaan. Over de grens kun je nog van alles halen, maar dat is niet de bedoeling. Voor onszelf niet en ook voor onze klanten niet.” Tijdens zijn zoektocht naar alternatieven, komt hij ook Silic One van fabrikant Hempel tegen. Hij besluit het product te testen op een proefplaatje en leest zich in. Uiteindelijk voorziet Van Breeschoten zowel een J/80 als een FarEast 26 van een laag siliconen antifouling. “Met die FarEast hebben we de hele zomer in Kroatië gevaren. Het was al spannend toen hij daar van de trailer afkwam, maar zelfs onder de stempels zat de coating er na de reis nog goed op. Met vier knopen wind vaart die boot al goed, maar deze zomer sprong hij bij 3 knopen al aan.” Ook de J/80 deed het goed. “Met gemiddeld en licht weer zijn we veel sneller dan vorig jaar, dat merkt de rest van de vloot ook. Tussen de wedstrijden in blijft de boot gewoon in het water liggen. Poetsen is niet nodig.” Voor de gewone zeiler en klusser is Silic One wel toe te passen, zegt Van Breeschoten, maar simpel is het niet: “Het is een andere manier van werken dan bij de bekende antifoulingsystemen. Je moet het aanbrengen als het boven de 10 graden Celsius is en je kunt er daarna niets meer aan schuren en doen. Bovendien moet het er heel strak opzitten en ook niet te dik.” Het grootste nadeel? “Het is jammer dat Silic One maar in een paar kleuren beschikbaar is en niet in mooi grijs of wit.”

Ctgb & BPR

Het College voor de Toelating van Gewasbeschermingsmiddelen en Biociden (Ctgb) behandelt aanvragen voor de toelating van producten. Woordvoerder Hans van Boven legt uit wat ze doen: “Een fabrikant doet bij ons een aanvraag voor toelating van het product voor de Nederlandse markt. Zo’n aanvraag kost enkele tienduizenden euro’s en het kan wel een jaar duren voordat zo’n aanvraag wordt goedgekeurd. Ongeveer 15 procent van de aanvragen haalt het niet en in 60 procent van de gevallen brengen wij nog wijzigingen aan in het gebruiksvoorschrift. Als een fabrikant zegt dat het middel veilig te gebruiken is, voegen wij bijvoorbeeld toe dat er wel een mondkap of handschoenen gebruikt moeten worden.”

Het Ctgb werkt aan de hand van de Biocidal Products Regulation (BPR, niet te verwarren met het binnenvaartpolitiereglement). Deze verordening is sinds september 2013 van kracht. In de BPR staat hoe een product goedgekeurd kan worden.
Het doel ervan is om de markt in Europa op dit gebied te harmoniseren. De BPR biedt een kader aan het Ctgb, waarbinnen producten getoetst worden op risico’s voor mens en milieu. Als een product wordt goedgekeurd krijgt het een nummer, dat terug te vinden is op het blik. Manon van Meer, projectmanager Duurzaamheid van Waterrecreatie Nederland, wijst op een nadeel van dit systeem: “Blikken met niet-goedgekeurde antifouling en blikken met antifouling zonder biociden hebben geen toelatingsnummer.” Om zeker te zijn dat je product in Nederland is toegestaan, kun je de inhoud van het blik controleren op de varendoejesamen.nl of op de website van de HISWA."

Bron